Abstract
Philosopher and linguist Wouter Kusters experienced psychotic episodes twice, was hospitalized, and even ended up in solitary confinement. In _Philosophy of Madness_, he seeks to make these psychotic episodes intellectually productive. In this extensive study, he employs philosophy to theoretically untangle madness while simultaneously using madness to push philosophy to its ultimate consequences. In doing so, he draws a parallel between "philosophical deep thinking" and "practical breakdown."
As Kusters states: “Madness is philosophy lived out in practice.” By this, he means that philosophical movements such as idealism, solipsism, or determinism are no longer merely theoretical positions but are embodied in the concrete experience of the madman.
[In Dutch: Filosoof en taalkundige Wouter Kusters maakte tot twee keer toe een psychotische episode door, werd opgenomen en belandde zelfs in de isoleercel. In _Filosofie van de waanzin_ probeert hij deze psychotische episodes vruchtbaar te maken. In deze breedvoerige studie zet hij de filosofie in om de waanzin theoretisch te ontwarren en gebruikt hij tegelijkertijd de waanzin om de filosofie tot zijn uiterste consequenties te dwingen. Op deze manier wordt er een parallel getrokken tussen ‘filosofisch doordenken’ en ‘praktisch doordraaien’. Zoals Kusters stelt: ‘waanzin is in de praktijk uitgeleefde filosofie.’ Hij bedoelt daarmee dat filosofische stromingen als idealisme, solipsisme of determinisme niet langer zuiver theoretische posities zijn, maar belichaamd worden in de concrete ervaring van de waanzinnige.]