An Inivitation to Think: Three Entangled Problems in Plato's Sophist [Een uitnodiging tot denken: Plato's Sofist als kluwen van problemen]

Wijsgerig Perspectief 63 (4):6-15 (2023)
  Copy   BIBTEX

Abstract

In Plato's work the "Sophist", Socrates, who typically occupies a central position in Plato's dialogues, is assigned a supporting role. This has led some scholars to argue for a shift in Plato's oeuvre, where he distances himself from Socrates and introduces a new main protagonist. However, this new protagonist remains unnamed and is only identified by his social position as Xenos, indicating that he is an outsider and a stranger whose identity is ambiguous. In this article, I argue that Plato's decision to leave the character unnamed serves to raise a first problem: the question of whether this stranger is a friend or an adversary of philosophy. At the beginning of the dialogue, Socrates employs a series of references to Homer to bring into play a second problem: the problem of disguise. The third problem, “What is a sophist?”, is attributed to the Xenos. This is the only problem that is explicitly developed and is, therefore, the most prominent in the dialogue. If we relate these three problems to each other, it becomes clear that they represent contradictory intuitions without providing us with a strict criterion for deciding which of these intuitions is correct. By presenting these problems in their entanglement without providing a way out, Plato invites his readers to think without making explicit what the outcome of this thinking should be. [In Dutch: In de "Sofist" speelt Sokrates, vaak het meest prominente personage in Plato’s dialogen, alleen maar een bijrol. Dit heeft veel interpreten ertoe verleid om een breuk in het oeuvre van Plato te postuleren, waarbij Plato afstand zou nemen van Sokrates ten behoeve van een nieuw personage. Ik zal echter laten zien dat Plato er bewust voor kiest om dit nieuwe personage naamloos te laten en hem alleen aan te duiden via zijn sociale positie als xenos (vreemdeling). Hiermee roept Plato, zo zal ik betogen, impliciet een eerste probleem op: is deze naamlo- ze Xenos een vriend of een vijand van de filosofie? Aan het begin van de dialoog wordt er door Sokrates een tweede probleem in spel gebracht: het probleem van de vermomming. Het derde probleem — ‘wat is een sofist?’ — wordt toegeschreven aan de Xenos. Dit is het enige probleem dat expliciet wordt uitgewerkt en is dan ook het meest prominent aanwezig in de dialoog. Als we deze drie problemen op elkaar betrekken dan wordt duidelijk dat ze tegenstrijdige intuïties vertolken, zonder dat we een strikt criterium krijgen aangereikt om te beslissen welke van deze intuïties de juiste is. Door deze problemen in een nog niet ontwarde kluwen te presenteren, nodigt Plato zijn lezers uit tot denken, zonder expliciet te maken wat de uitkomst van dit denken zou moeten zijn.]

Author's Profile

Martijn Boven
Leiden University

Analytics

Added to PP
2023-12-21

Downloads
101 (#87,888)

6 months
101 (#43,640)

Historical graph of downloads since first upload
This graph includes both downloads from PhilArchive and clicks on external links on PhilPapers.
How can I increase my downloads?